Psychoanalyse en kinderen

Karen Deneckere en Josée Roymans

Gevalsfragmenten uit het analytisch werken met kinderen

Dit werkjaar zullen we 5 avonden besteden aan het brengen en bespreken van gevalsfragmenten uit mijn praktijk met kleine kinderen. Telkens zal ik één fragment per avond brengen zodat de deelnemer aan het Seminarie zich een concreet beeld kan vormen hoe het eraan toegaat in deze herhaalde ontmoeting van een kind ‘met problemen’ en mezelf. We zullen deze initiële labeling in vraagstellen. Vanwaar die persecutieve diagnoseroes? Hoe komen de scholen ertoe zich deze zo moeilijke en onzekere taak van diagnosestelling toe te eigenen? Wie machtigt hen daartoe? Wat zet hen ertoe aan? (De omkering van defensiviteit in offensiviteit doet vele vragen oprijzen). Wat doen ouders ermee? En wat doen collega’s, psychiaters en neurologen ermee? Duidelijk dat de diagnose koning is – de DSM maakt alles toch zo gemakkelijk! – dat de klinische behandeling gereduceerd wordt tot … meer opvoeding, meer dril, scherpere manier van africhten, tot het temmen van het op holgeslagen menselijk protest! De operante conditionering van wat menselijk geacht wordt door de leraars, de psychologen, door de hele meute van hulpverleners. Wie zegt, wie beslist wat past voor het mensenkind? Daar gaat de opgang van de robotisering; daar het verlies aan oneindige menselijke diversiteit.

In stilte werken wij verder vanuit een psychoanalytische inspiratie. We reserveren de vele diagnoses. We houden ons oorspronkelijk wat dat betreft aan het docta ignorantia, aan het wijze niet-weten. Wat niet betekent dat we, wat de behandeling betreft, vastzitten in een blijvende aarzeling (anale fixatie) of gedurige onbeslistheid. Lang niet! We houden ons vele wikken en wegen, onze diepe analytische twijfels omtrent onze effectiviteit, omtrent onze resultaten onder de stolp voor na de sessie, voor bewerking na de ontmoeting.

Centraal staan in mijn behandeling de zorg voor het spreken, voor het uitspreken, voor het zichzelf corrigerend spreken, voor het ‘goed spreken’. Ik ben daarin verdraagzaam, steunend en helpend.

Centraal staan in mijn behandeling het bewerken van banden die naar teveel imaginariteit neigen, het loskomen uit symbiotische banden, het plaats maken voor symbolisch gestructureerde verhoudingen waarbinnen het ontbrekende verdragen wordt en gezien als een mogelijkheidsvoorwaarde voor afstand en dus voor verlangen. Iedereen heeft intussen door dat we het hebben over hoe het kind ‘moeder en vader’ percipieert, construeert en wat daar de toegang tot de symbolische functie min of meer bemoeilijkt.

Centraal staat in onze behandeling de transmissie van een weten, van hoe het weten doorsijpelt vanuit ons spreken en zijn, doorsijpelt naar bredere velden. En daar iets bewerkstelligt, daar zelfs een algemener weten laat ontluiken tot theorie. Voor ons beiden? Het betreft, langs mijn kant, een vreugdevol zorgen voor de verdere wording van een kind doorheen een steeds particuliere overdrachtsrelatie. Ik bied die aan, help die construeren, consolideren, bestendigen. Want Wenen en Oostende werden trouwens ook niet in één nacht gebouwd.


Waar?

Keizervest 8, 9000 Gent


Wanneer?

Vijf woensdagavonden van 20u00 tot 22u00

  • 25 oktober 2017
  • 08 november 2017
  • 06 december 2017
  • 10 januari 2018
  • 07 februari 2018


Inschrijven