Hysterie

Dominique Hubain

Van bij het prille begin en doorheen een reeks boeiende ontmoetingen heeft de hysterica haar meesters geïnspireerd om te komen tot de veronderstelling dat haar lijden niet los gezien kon worden van de werkzaamheid van het onbewuste. Ze was er reeds in geslaagd om Charcot, “le visuel”, ertoe te verleiden te luisteren naar wat ze tijdens haar aanvallen te zeggen had en om via die weg zijn neurologische aannames met betrekking tot de hysterie aan het wankelen te brengen. Ook bij Breuer kreeg het spreken van Anna O. een belangrijke plaats toebedeeld, dit keer via de praktijk van het “schoorsteenvegen”. Jammer genoeg leed de cathartische methode schipbreuk op de erotische helling van de overdracht.

De meest vruchtbare ontmoetingen waren ongetwijfeld die met Freud. Hij liet zich door de hysterica het zwijgen opleggen, maar dan op een heel actieve manier. Freud vroeg haar immers om ook uit te spreken wat ze niet wilde zeggen en creëerde op die manier een symbolische ruimte waarin ze kon zeggen wat ze nog niet wist. In tegenstelling tot Breuer slaagt Freud erin om een zekere nuchterheid aan de dag te leggen wanneer een patiënte hem na een hypnotische sessie om de hals vliegt. Met de nodige humor en zelfrelativering weigert hij deze reactie op het conto van zijn persoonlijke onweerstaanbaarheid te schrijven en hij besluit de hypnose links te laten liggen zodat het “geheimzinnige element”, dat hij later overdracht zal noemen, hem zijn mysteries zou kunnen prijs geven. Freud wijkt niet voor de overdracht en weet haar te waarderen als een (bij momenten weliswaar weerbarstige) bondgenoot in zijn fascinerende ontdekkingstocht.

Waar de hysterica een beslissende aanzet gaf om de spreekkuur mogelijk te maken, zal het eerder aan de analyticus zijn om deze een specifieke oriëntering te geven in haar voortzetting. De psychoanalyse is een behandeling die men verwacht van een analyticus weet Lacan ons te vertellen in “Variantes de la cure-type”. Het antwoord op de vraag naar wat psychoanalyse is, convergeert met het antwoord op een andere vraag van Lacan die ons interesseert: “Que veut l’hysterique?”: “un psychanalyste”. In beide gevallen verschuift de probleemstelling naar de vraag: “qu’est-ce que c’est qu’être psychanalyste?”. Lacans antwoord hierop bestrijkt een aanzienlijk deel van zijn 15de seminarie, “L’acte psychanalytique”. We zullen in dit seminarie over de hysterie Freuds spoor volgen vertrekkend bij Emmy von N., langs de droom van de mooie beenhouwerin, over Dora tot bij “de rots van de castratie”. Met de hulp van Lacans uitwerking van de psychoanalytische act kunnen we het “vaste gesteente” laten voor wat het is en de hysterie als klinische structuur in dialectiek brengen met de hedendaagse analytische praktijk. Dit voert ons langs de fallische functie en de intermediaire functie van het object aen brengt ons tot bij de lotgevallen van het verondersteld wetend subject in de overdracht doorheen de kuur die men vandaag nog steeds van een analyticus mag verwachten.


Waar?

Woonboot Diala
Bargiekaai 37
9000 Gent


Wanneer?

Zes woensdagavonden van 20u00 tot 22u00

  • 27 november 2019
  • 18 december 2019
  • 22 januari 2020
  • 26 februari 2020
  • 25 maart 2020
  • 22 april 2020


Inschrijven