Omtrent Dora

Jean-Pierre Van Eeckhout

Ik voel me verwant met het seminarie “Literatuur”.  Wat wordt daar voorgesteld?  Er gaat iets gelezen worden – dat staat in het programma: iemand heeft een auteur, een boek, een flard van een toneelstuk voorgesteld.  Waarover zal het gaan?  Dat wordt niet bepaald.  En tegenover deze Demande om iets te bepalen staat geen inhoud, enkel het Verlangen om erbij te zijn en iets te beluisteren of er iets over te zeggen!  Waaruit zich iets kan profileren dat het Verlangen in gang kan houden.

Ziedaar mijn verwantschap.  We gaan het hebben over “Dora”, een gevalstudie van Freud.  Is dat literatuur?  Dat is zeker niet de bedoeling geweest van Freud.  Maar ik zou het willen beschouwen als literatuur.  Wat kan dat anders willen zeggen als: “Lees en ge zult gepakt worden door uw lectuur!”?  Tenminste als men er door wil geïmpliceerd worden, dat wil zeggen als er bepaalde fragmenten je tot een denken aanzetten over je bestaan.  Ik kan niet spreken  voor anderen.  Vandaar dat ik niet goed weet te antwoorden inzake: “Waarover gaat het dan gaan?”  Eventueel kan wel aangeduid worden waaroverhet bijvoorbeeld zou kunnen gaan moest die Demande mij gesteld worden en ik een bepaald Verlangen zou moeten articuleren – in een fantasma, een verscheidenheid aan Demande, of een imaginaire verlorenheid.

Ik ben echter gewillig inzake het invullen van een ‘Demande de L’Autre’, en dat wil zeggen dat ik fantasmatisch wel iets wil invullen – hetgeen mij zal geruststellen en hopelijk die Andere ook

Laat ik enkele voorbeelden geven van wat me intrigeert in de tekst van de gevalstudie “Dora”.

 

  1. Als Freud in de ‘anamnese’ belangstelling heeft voor de manier waarop in een familie ziektes verwoord zitten, zegt hij iets over de structuur van de Grote Andere en de manier waarop we als subject de verdeeldheid dienen te ondergaan, maar tevens zijn verdeeldheid een plaats moeten geven.  In welke mate zegt dat ons iets over het omgaan met ‘het onbehagen in de hedendaagse cultuur’?
  2. Als Dora een brief ‘laat vinden’ associeer ik onmiddellijk een aantal situaties uit de praktijk erbij, waar objecten aan mij gegeven worden, in de praktijkruimte vergeten en achtergelaten worden, objecten waarmee gespeeld wordt, objecten in die praktijkruimte die belaagd worden; en soms zelfs objecten die verdwijnen.  Kan men deze ‘hier en nu’ relatie tot het object interpreteren?  Als het ‘te hervinden object’?  Of dient men deze op een andere wijze te benaderen: iets wat Lacan in zijn bespreking van Ella Sharp suggereert?
  3. Hoe staat het nu met de praktijk, waarbij ouders, CLB’s, CGG’s iemand aanmelden?  Dit is ook waarmee Freud geconfronteerd wordt in dit’ fragment van een psychoanalyse’!   Haar vader stuurt haar immers.  Wat met de Vraag van iemand Anders die niet het Subject is?  En hoe slaagt men er dan in van non-demande een ‘désir’ te maken?
  4. Wat is de rol van spreken in de huidige technologische samenleving, waar tweets, tekstberichten, instagrammen en facebook-likes in korte, maar hevige stoten naar elkaar toe worden gebracht.  Dora verliest af en toe de stem als mijnheer K haar niet schrijft.  Hoe reageert ons  lichaam op deze technologische vorm van ‘spreken’?  Of is dit alles alleen maar een andere vorm van communiceren, en blijft een fundamentele nood tot spreken?  Maar waar vind die dan zijn waarheid, die “la vérité, je parle”?
  5. Hoe kan het dat Freud zo’n uitgebreide analyse kan maken van twee dromen?  Hoe staat het in de hedendaagse psychoanalyse met de analyse van dromen.  Het is de grote baan naar het onbewuste meent Freud elders, is het dan mijn fout gevoel dat deze baan een klein landweggetje geworden is?  Of ligt het aan mijn niet-dromerigheid dat patiënten niet meer dan een samenvatting van hun droom vertellen en geen enkele metaforische wijze vinden om hun metonymisch verhaal op andere niveaus te brengen?
  6. Hoe staat het met de homoseksuele beleving bij de hetero, en de heteroseksuele beleving bij de homo?  Freud erkent dat hij de latente homoseksualiteit miskend heeft bij Dora.  Maar hoe staat de psychoanalyse op dit moment tegenover de seksekeuze?  En vooral: in welke mate heeft ze eerbied voor de ‘verdringing van het andere geslacht’ in een sociale omgeving die ruimte laat voor de assumatie van allerlei ‘genres’?
  7. Dat Freud in zijn bewijsvoering in de casus even vergat dat er een vrouwelijk subject een vraag aan hem kon stellen, omdat hij ijverig was zijn ‘Traumdeutung’ te bewijzen aan de hand van een casus, is genoegzaam geweten.  Maar waarom zou een ‘mannelijk phallisch’ weten moeten prevaleren over een Ander weten betreffende het genot?  Of was Freud net bezig met een poging om dat Ander weten te onthullen, dat hem op die manier op een ultieme weerstand liet lopen?

 

Ziedaar waarover het zou kunnen gaan bij dit seminarie.  Zou kunnen gaan, want zelf heb ik ze al bedacht en liggen ze al achter de rug.  Dus veel interesse heb ik er niet meer voor.  Ik heb wel interesse wat anderen denken over deze casus en waar zij hun subjectiviteit terugplooien via hun fantaseren naar wat de essentie ervan is: “Wat wil de lectuur van een tekst van Freud me zeggen?”, kortom ‘Che vuoi?’


Waar?

Woonboot Diala,

Bargiekaai 37

9000 Gent


Wanneer?

7 woensdagavonden van 20u tot 22u

  • 28 oktober 2020
  • 25 november 2020
  • 16 december 2020
  • 27 januari 2021
  • 24 februari 2021
  • 31 maart 2021
  • 28 april 2021


Inschrijven